Jessica’s Blog.

19 Augustus 2019

Tenen & eierschalen

Ik krijg steeds meer het gevoel dat we tegenwoordig continu op onze tenen moeten lopen; we leven in een vingerwijzende angstcultuur waar je koste wat het kost discussie dient te vermijden.

We strooien homofobe, racistische en chauvinistische leuzen in het rond, verschuilend achter en onder het mom van vrijheid van meningsuiting.

Ik heb volwassen mannen gesproken die niet eens meer vrouwen durven aan te spreken uit angst de volgende dag in een #metoo-meme te zijn verwerkt en PSV-supporters die de wedstrijd voortaan veilig vanaf de bank volgen omdat de hooivorken bij het stadion geslepen op hen staan te wachten. Een Islamitische vriendin die een hoofddoek draagt wordt door mede-feministen niet serieus genomen “omdat ze onderdrukt wordt”, een andere Islamitische vriendin zónder hoofddoek werd ervan beticht haar verkrachting uit te hebben gelokt “omdat ze er zonder hoofddoek zelf om vroeg”. Mijn opa is ooit in een speeltuin door een woeste menigte mama’s belaagd “omdat de viespeuk kleine kinderen aan het filmen was”, terwijl opa, in al zijn onschuld, een filmpje van zijn spelende achterkleinkind aan het maken was.

In het verleden was stand-up comedy een van mijn grootste passies, maar ik gaf het verslagen op toen elke individuele grap door minstens één persoon in het publiek als potentieel weapon of mass destruction ontvangen werd.

Want een vrouw die opkomt voor vrouwen is een überfeministische mannenhaatster, een vrouw die voor mannen opkomt zal wel een beurt nodig hebben, een blanke man mag nergens openlijk zijn ergernis over uitspreken omdat andere blanke mannen 5 generaties vóór hem monsterlijke dingen gedaan hebben, een donkere man mag nergens openlijk zijn ergernis over uitspreken: “hij blij mag zijn de kansen te krijgen die hij heeft”.

Elke keer dat ik een fastfoodrestaurant binnenloop voor een hamburger kijk ik angstvallig om me heen of er geen gemaskerde vlees-vigilantes gewapend met een emmer varkensbloed om het hoekje staan. Ik heb ooit de fout gemaakt een LGBTQIAPK- (en ja, ik heb dit ​_acroniem op moeten zoeken) voorvechtster “ze” te noemen, waarna ik een twintig minuten durende preek kreeg over de walgelijkheid van mijn overduidelijk bekrompen en door media geïndoctrineerde kijk op het leven.

Ik heb islamitische vrienden, feministische, transgender, homo, vrienden die PSV-supporter zijn, vegan, met een blanke huidskleur, een donkere huidskleur, volgetattoeëerde vrienden, christelijk, vrienden die op DENK stemmen, vrienden die op Wilders stemmen en vrienden die niet stemmen.

We hebben het daar niet over. We gaan naar de bios, een concert, op stap. Soms eten we met onze rechterhand, soms eten we geen vlees. Soms gaan we naar een gaybar, soms naar een shisha lounge, soms naar een thuiswedstrijd in het stadion.

En soms vragen we aan elkaar waar we in geloven, vandaan komen en naartoe gaan.

Maar we vragen nooit waarom.

 

24 juni 2019

Op een bankje in het centrum.

(Deels in Eindhovens dialect)

 

Een tijdje geleden nam ik plaats op een bankje in het centrum om even “te loeren”, een favoriet tijdverdrijf (ben me pijnlijk bewust van de triestheid in dit statement) van me.

Afijn, ik trok mijn blikje energydrink open (yes, weer zo’n triest iets) en stak een sigaret aan.

Het was ergens in februari en redelijk fris, maar een wat oudere man in korte broek, T-shirt en op afgetrapte sportschoenen kwam naast me zitten. De kou leek hem totaal niet te deren en hij had een brede glimlach op zijn gezicht.

“Wil je er ook één? Vroeg ik hem. “Nou, graag hoor juffrouw” zei hij, en ik gaf hem een sigaret, die ik voor ‘m aanstak. De handen van de man vielen me meteen op. Verweerde, zongebruinde handen met een dikke laag eelt en diepe rimpels. Er zat meer achter mijn nieuwe bankjesvriend dan op eerste indruk zichtbaar was, dat wist ik zeker.

Ik vroeg hem: “heb je het niet koud zo zonder jas?”. Hij lachte hardop om mijn kennelijk hilarische vraag en zei “Meiske, ik slaap al 8 jaor buiten, denkte gij nou echt deh dízze kou me nog wa doet?”.

Hierna wees ik hem op zijn schoenen en hij vertelde me dat ze inderdaad aan vernieuwing toe waren, maar dat er een nieuwe winkel in de stad zat die dak- en thuislozen van een nieuwe outfit voorzag, en dat hij daar vanmiddag een afspraak had. “Zunne mooie mensen daor, ge kriet nie alleen un heul neie outfit, maar ze helpen oe ook nog meej un ceevee en ’t zoeken van ’n baan”, vertelde hij me, die aanstekelijke lach nog steeds op zijn gezicht.

Ik vroeg hem of hij wat te eten lustte van de Appie tegenover ons, of wat geld om zelf iets te halen. “Neuj hoor meiske, elke avond krie’ k ’n heurlijk maaltje hierachter en deh is meer dan genoeg veur mij, en trouwes, hoe witte gij deh ik d’r ginnen drank van goai hale?” Ik zei hem dat het me geen zak zou schelen wat hij van mijn geld zou halen, het is daarna tenslotte zíjn geld.

Opeens lachte hij niet meer. Zijn diepliggende, helderblauwe ogen staarden diep in de mijne, alsof hij in de gedeelde blauwe kleur naar iets aan het zoeken was. “Gij bent ginne gewone meid ofwel” zei hij. Nu was het mijn beurt om te lachen. “ge het gin idee”, reageerde ik.

Plots kwam die innemende lach weer tevoorschijn en hij legde zijn hand op de mijne. “meiske, d’r is veuls te veul gezeik op d’n wereld om nie tevreeje te zijn”. Hij stond op, maakte zijn peuk uit met zijn afgetrapte schoen en zei “Dankjewel veur ’t sigaretje, maor nu moe’k echt gaon”, en hij liep fluitend de andere kant op.

Ook ik stond op, maakte met mijn gloednieuwe allstars mijn sigaret uit en liep richting huis.

Ik kon het niet laten hetzelfde wijsje als de man te fluiten.

 

23 mei 2019.

“Tikkende tijdbom”

A

We swipen, liken, tappen en tikken tegenwoordig heel wat af op een apparaat dat inmiddels met de rest van ons lichaam vergroeid is. Alles en iedereen ligt binnen ons bereik en we zijn slechts een wachtwoord verwijderd van de waarheid (hoewel ook dit in bepaalde kringen tot verhitte discussies kan leiden).
Kortom; de wereld ligt aan onze voete-…uhm, vingers.
A
Er zit echter een flinke nadeligheid aan deze geëvolueerde arm-extensie verbonden, een onvermijdelijke bijwerking: we zijn blind geworden. Wereldblind, welteverstaan.
Ironisch, aangezien we de gewoonten van onze mede-mens in iedere uithoek van de wereld nauwlettend in de gaten houden.
Scrollen gedachteloos over de ver-van-mijn-bed-bommen, broeikasbulletins en bollebabybuikjes om gebiologeerd bij kunstig gefotografeerde sushiboten door #fitlifeyogababe tot stilstand te komen.
En mocht er zich onverhoeds tóch nog een onfotogenieke gebeurtenis voltrekken, dan zetten we massaal enerverende landschappen achter tenenkrommende citaten op onze verhaallijn.
Zó, goede daad. Terug naar de kattentipitentjes & kleurgecoördineerde tofuwraps.
A
Zodat we even vergeten dat de wereld groter dan ons en veel kleiner dan het schermpje onder onze vinger is, zodat we met een gerust hart onszelf, fairtrade-sojalatte-in-biologisch-afbreekbare-container incluis, in flatterend licht op de gevoelige plaat vast kunnen leggen.
A
En we, met één simpele tik, de wereld redden.