| Samenvatting: | De foto's zijn ontwikkeld. Maandenlang hebben de rolletjes in een vak van m'n rugzak meegereisd bij elke invasie. De hitte en de modder hebben een vreemde korreling op de negatieven achtergelaten. Een voor een bekijk ik de gezichten van de mensen die erop staan. Ze zijn bijzonder door wat er niet te zien is. Het lijken gewoon pottenbaksters, een timmerman, een kleermaker. Als ik praat over hun ontberingen. Als ik aanwijs wie er intussen niet meer leven, merk ik dat het onbegrijpelijk is. Hun harde wereld is zo onwerkelijk, ongrijpbaar. Het zijn geen wondermensen. Ze hebben net zo goed hun zwakke kanten. Ze maken soms ruzie om een hemd. Een paar schoenen. Maar ze zijn er toch maar. Als je ze niet begrijpt voel ik me wegzinken in de kloof die beide werelden scheidt. Ik weet dat het een leugen is. Dat het geen twee werelden zijn, omdat ik in de beide leef. Beiden zijn me dierbaar. Het is ‚‚n wereld. Daarom vertel ik over hun, schrijf ik over hun. Er zijn mensen die hen nooit zullen begrijpen. Omdat hun wereld begrensd is door strategiese programma's, hun denken beheerst wordt door kortzichtig eigen-belang.Een wereld waar in plannen worden beraamd om dorpen uit de roeien en waar gewetenloze misdadigers worden omgeschoold tot folterspecialisten, waar misdaden glimlachend worden ontkend. Wie in deze wereld leef zal nooit begrijpen dat er anderen zijn die niet voor geld te koop zijn, die niet meer zwichten voor terreur. Die zicht niet naar een andere wereld laten helpen.Daarom zijn ze er. Hebben ze gekozen om te leven of te sterven in bevrijd gebied. Totdat de redelijkheid zal winnen van de waanzin. Omdat het moet.  |